Werken tijdens vorst en sneeuw; verplichtingen van de werkgever

Werkgever moet voor een veilige werkplek zorgen; ook tijdens dit winterse weer!


De koude winterse omstandigheden van de afgelopen en de komende dagen zorgen ervoor dat werkgevers extra maatregelen moeten neme om te zorgen dat de werkplek van hun werknemers veilig is. In artikel 7:658 BW is bepaald dat een werkgever moet zorgen voor een veilige werkplek van de werknemer.

 

Dit geldt niet alleen onder normale omstandigheden, maar ook in bijzondere weerssituaties: bij vorst en sneeuw. De werkgever moet adequaat inspelen op een bijzondere weersomstandigheid en ervoor zorgen dat ook dan de werkplek veilig is. Een werkgever die een bedrijfsterrein heeft dat blootgesteld is aan weersomstandigheden waardoor gladheid kan ontstaan, dient maatregelen te treffen om het risico dat werknemers door gladheid kunnen vallen, tegen te gaan. Bij vorst of sneeuwval moet worden gestrooid.


Wanneer een werkgever met een dergelijke bedrijfsterrein geen protocol heeft voor bijzondere weersomstandigheden, en een werknemer komt ten val en heeft letsel, zal al gauw geconstateerd worden dat er in strijd met artikel 7:658 BW is gehandeld en dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade. Maar ook als er wel een reglement is, kan de werkgever nog aansprakelijk gehouden worden voor letsel dat een werknemer oploopt. Dit is bijvoorbeeld het geval als het eigen reglement of instructies niet naar behoren zijn nageleefd of als het reglement niet specifiek genoeg is.

 

In een uitspraak van de rechtbank in Middelburg eind 2009 komt de zorgplicht van de werkgever bij winterse weersomstandigheden naar voren. Het betrof een havenbedrijf. Een havenwerker was met een bedrijfsbus afgezet bij de kantine van het bedrijf. Op het zebrapad bij de kantine is hij uitgegleden door gladheid. De gladheid was ontstaan door vorst en sneeuw. De werknemer heeft hierdoor letsel opgelopen en stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade.

 

Uit de wet volgt dat de werkgever voor deze schade aansprakelijk is tenzij hij aantoont dat hij alle maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs nodig waren om te voorkomen dat de werknemers in de uitoefening van hun werk schade zouden lijden. Het betoog dat een werkgever de gladheid niet hoeft te bestrijden omdat het een alledaagse bezigheid is om over straat te lopen en het een alledaags gevaar is dat door vorst en sneeuwval gladheid kan ontstaan, wordt door de kantonrechter verworpen. De rechtbank is van oordeel dat de werkgever verplicht is maatregelen te treffen die de mogelijkheid uit te glijden tegengaan. Deze verplichting dient –binnen redelijke grenzen- te worden nageleefd. Nu de werkgever een reglement voor bestrijding van gladheid heeft, blijkt dat de werkgever zich deze verplichting wel degelijk heeft gerealiseerd.

 

Het hanteren van de werkinstructie is een goede stap in de richting om te voldoen aan de verplichting van artikel 7:658 BW. Zo'n instructie dient inhoudelijk voldoende adequaat te zijn. Indien de inhoud van de betreffende instructie naar behoren is nageleefd, dan is voldaan aan de verplichting van de werkgever om voor een veilige werkplek te zorgen.

 

In deze zaak had de werkgever wel een reglement dat zag op de bestrijding van gladheid: “de procedure gladheidsbestrijding”. Aan de eerste eis was dus voldaan. In het reglement was opgenomen dat parkeerterreinen, belangrijke routes en de kade preventief gestrooid moesten worden indien er sprake was van een daarop gerichte melding van Rijkswaterstaat. Daarnaast stond in de weerinstructie dat indien preventief strooien niet voldoende zou zijn, er nogmaals gestrooid en geveegd diende te worden. Verder werd in het reglement aan de bewakingsdienst opgedragen om toe te zien op het ontstaan van serieuze gladheid en/of sneeuwproblemen en zo nodig te regelen dat er (nog) een strooiwagen zou komen. In de instructie was ook aandacht besteed aan het strooien van loop- en fietspaden, trottoirs en zebrapaden.

 

De werkgever had in die ochtend ook daadwerkelijk door een strooiwagen laten strooien. De kantonrechter kwam echter tot het oordeel dat de werkgever desondanks niet aan haar zorgplicht had voldaan. De bewaking had de loopterreinen, inclusief het zebrapad, onvoldoende gecontroleerd. Men had er niet zomaar van uit mogen gaan dat de strooiwagen die was gekomen ook de voetpaden en zebrapaden voldoende bestrooid had. De werkgever werd dan ook veroordeeld tot vergoeding van de door de werknemer opgelopen schade.

 

Uit het bovenstaande blijkt maar weer dat de zorgplicht van de werkgever ver reikt. Ook als de werkgever een reglement heeft en wel enige maatregelen heeft getroffen om de gladheid te bestrijden, kan de rechter nog tot het oordeel komen dat dit niet voldoende is en dat adequatere maatregelen getroffen hadden moeten worden!