-
Advocatuur
-
Ambtenarenrecht algemeen
-
Arbeidsinspectie
-
Arbeidsomstandigheden
-
Arbeidsongeschiktheid
-
Arbeidsovereenkomsten
-
Arbeidsrecht algemeen
-
Arbeidstijdenwet
-
Bedrijfseconomisch ontslag
-
Buitenlandse werknemers
-
CAO’s
-
Columns
-
Concurrentiebeding
-
Disfunctioneren
-
Faillissement
-
Gelijke behandeling
-
Het Nieuwe Werken
-
In de Media
-
Internationaal arbeidsrecht
-
Juridisch Algemeen
-
Kantonrechtersformule
-
Kennelijk onredelijk ontslag
-
Leaseauto
-
Loon
-
Loonvorderingen
-
Maatschappelijke betrokkenheid
-
Medezeggenschapsrecht
-
Mediation in arbeidsrecht
-
Meer of minder werken
-
Onkostenvergoeding
-
Ontbindingsprocedure
-
Ontslag
-
Ontslag met wederzijds goedvinden
-
Ontslag op staande voet
-
Ontslag statutair directeur
-
Ontslag tijdens ziekte
-
Ontslagvergoeding
-
Opinie
-
Oproepkrachten
-
Opzegtermijnen
-
OR vraagstukken
-
Over ons kantoor
-
Overgang van onderneming
-
Pensioen
-
Rechtspraak
-
Relatiebeding
-
Reorganisatie
-
Schorsing / Non actiefstelling
-
Second Opinion
-
Social media
-
Staken
-
Studiekosten
-
Tijdelijke arbeidsovereenkomsten
-
Uitzendovereenkomst
-
UWV Werkbedrijf
-
Vakantie en verlof
-
Vakantiewerk
-
Vaststellingsovereenkomst
-
Verlofregelingen
-
verplichtingen van de werkgever
-
verplichtingen van de werknemer
-
Verstoorde arbeidsrelatie
-
Vrijheid van meningsuiting
-
Video's
-
Wedertewerkstelling
-
Werkkostenregeling
-
Wetsvoorstellen
-
Wijzigen arbeidsvoorwaarden
-
WW
-
Ziekte en reintegratie
-
Zwangerschap
-
Zzp'er
Peuterspeelzaal mag niet eisen dat mannelijke leider niet alleen werkt
- Details
- Aangemaakt op woensdag, 15 februari 2012 08:00
“Ouders zijn onder andere door de gebeurtenissen in de ‘Amsterdamse zedenzaak’ en de media aandacht daarvoor, bang hun kinderen bij een man alleen achter te laten,” las een 59-jarige peuterspeelleider die al ruim 21 werkzaam was bij een peuterspeelzaal in een brief van zijn werkgever.
De man was al een tijd ziek thuis en tijdens zijn ziekte speelde de zedenzaak bij het Hofnarretje en veranderde de publieke opinie ten aanzien van mannelijke peuterleiders. Toen hij wilde re-integreren, kreeg hij de brief van zijn werkgever. Hierin stond ook: “In de huidige maatschappij wordt het niet geaccepteerd dat een man alleen op een peuterspeelzaal wordt geplaatst. Het bestuur van Haarlem Effect heeft op 24 juni 2011 besloten om mannen niet meer alleen op een peuterspeelzaal te laten werken.”
Concreet betekende dit dat de peuterleider alleen op een grote groep van de stichting kon werken, waar hij altijd samen met een andere peuterleid(st)er zou werken. De peuterleider is het hiermee niet eens en vordert tewerkstelling op de kleine zaal waar hij al 21 jaar tot grote tevredenheid werkt.
De Haarlemse voorzieningenrechter wijst deze vordering op 7 februari 2012 toe. De peuterleider werktal 21 jaar naar volle tevredenheid van zowel partijen als ouders en – naar mag worden aangenomen – peuters. Het functioneren van de peuterleider staat dan ook niet ter discussie. Waar het om gaat is of Haarlem Effect onrechtmatig handelt jegens de peuterleider door haar gewijzigde beleid.
Haarlem Effect stelt zich op het standpunt dat haar gewijzigde beleid niets te maken heeft met de persoon van de peuterleider maar met de negatieve ontwikkelingen op het gebied van seksueel misbruik van kinderen waarmee de maatschappij geconfronteerd wordt. Dat mag zo zijn, maar het beleid van Haarlem Effect komt er volgende de voorzieningenrechter feitelijk op neer datvoor een mannelijke peuterspeelzaalleider, een ander regime geldt dan voor diens vrouwelijke collega’s. Het is immers een vrouwelijke peuterspeelzaalleidsters wèl toegestaan om alleen voor de peuterspeelzaal te staan, maar een man niet. De voorzieningenrechter vindt dat regelrecht in strijd met het discriminatieverbod van artikel 7:646 BW. Dat is ook bevestigd door de Commissie Gelijke Behandeling, in een door de peuterleider als overgelegde uitspraak van 20 juli 2010, die erg veel lijkt op dit geschil. Door de toevoeging in haar beleid op te nemen dat (slechts) in het geval van mannelijke werknemers altijd een tweede paar professionele ogen aanwezig dient te zijn, terwijl die voorwaarde bij vrouwelijke collega’s niet wordt gesteld, maakt Haarlem Effect rechtstreeks een – bij wet verboden – onderscheid op geslacht, omdat als gevolg daarvan de peuterleider niet bij [peuterspeelzaal] kan werken en iedere willekeurige vrouwelijke collega (zónder aanwezigheid van een tweede – al dan niet professionele – arbeidskracht, vrijwilliger of stagiair) wèl.
Hoewel de voorzieningenrechter het volste begrip heeft voor het feit dat Haarlem Effect haar beleid erop tracht in te richten dat het risico op seksueel misbruik door haar medewerkers zo klein mogelijk is, is het de voorzieningenrechter niet duidelijk geworden waarom het nieuwe beleid van Haarlem Effect uitsluitend is ingegeven door het risico op seksueel misbruik, en niet tevens op het gevaar van kindermishandeling. Haarlem Effect heeft niet weersproken dat, anders dan bij seksueel misbruik, bij kindermishandeling de daders relatief vaak (ook) vrouwen zijn. Haarlem Effect heeft geen juridisch relevant argument aangevoerd waarom zij in het onderhavige geval gerechtigd zou zijn om alleen op basis van geslacht onderscheid te maken tussen haar werknemers. Dat zij dat desalniettemin toch heeft gedaan klemt temeer, omdat het hier gaat om een 59-jarige peuterspeelzaalleider die al 21 jaar werkzaam is en onweersproken van onberispelijk gedrag is.
Kortom; het is beslist begrijpelijk en aan te moedigen dat de peuterspeelzaal het risico op seksueel misbruik wil de voorkomen. Het voeren van een vierogenbeleid is daarbij zeker aan te moedigen. Het kan evenwel niet zo zijn dat dit vierogenbeleid alleen wordt gevoerd wanneer twee van de vier ogen van een man zijn.