-
Advocatuur
-
Ambtenarenrecht algemeen
-
Arbeidsinspectie
-
Arbeidsomstandigheden
-
Arbeidsongeschiktheid
-
Arbeidsovereenkomsten
-
Arbeidsrecht algemeen
-
Arbeidstijdenwet
-
Bedrijfseconomisch ontslag
-
Buitenlandse werknemers
-
CAO’s
-
Columns
-
Concurrentiebeding
-
Disfunctioneren
-
Faillissement
-
Gelijke behandeling
-
Het Nieuwe Werken
-
In de Media
-
Internationaal arbeidsrecht
-
Juridisch Algemeen
-
Kantonrechtersformule
-
Kennelijk onredelijk ontslag
-
Leaseauto
-
Loon
-
Loonvorderingen
-
Maatschappelijke betrokkenheid
-
Medezeggenschapsrecht
-
Mediation in arbeidsrecht
-
Meer of minder werken
-
Onkostenvergoeding
-
Ontbindingsprocedure
-
Ontslag
-
Ontslag met wederzijds goedvinden
-
Ontslag op staande voet
-
Ontslag statutair directeur
-
Ontslag tijdens ziekte
-
Ontslagvergoeding
-
Opinie
-
Oproepkrachten
-
Opzegtermijnen
-
OR vraagstukken
-
Over ons kantoor
-
Overgang van onderneming
-
Pensioen
-
Rechtspraak
-
Relatiebeding
-
Reorganisatie
-
Schorsing / Non actiefstelling
-
Second Opinion
-
Social media
-
Staken
-
Studiekosten
-
Tijdelijke arbeidsovereenkomsten
-
Uitzendovereenkomst
-
UWV Werkbedrijf
-
Vakantie en verlof
-
Vakantiewerk
-
Vaststellingsovereenkomst
-
Verlofregelingen
-
verplichtingen van de werkgever
-
verplichtingen van de werknemer
-
Verstoorde arbeidsrelatie
-
Vrijheid van meningsuiting
-
Video's
-
Wedertewerkstelling
-
Werkkostenregeling
-
Wetsvoorstellen
-
Wijzigen arbeidsvoorwaarden
-
WW
-
Ziekte en reintegratie
-
Zwangerschap
-
Zzp'er
Kantonrechtersformule aangepast: ontslagvergoeding omlaag!
- Details
- Aangemaakt op vrijdag, 17 oktober 2008 15:12
De kantonrechtersformule, die kantonrechters hanteren voor de toekenning van vergoedingen bij de ontbinding van arbeidsovereenkomsten wordt aangepast. Dit heeft de Kring van Kantonrechters op 30 oktober 2008 in Utrecht besloten. Volgens de kantonrechters was de uit 1996 stammende formule toe aan een 'update'. De belangrijkste wijzigingen behelzen een andere berekening van de dienstjaren, meer aandacht voor de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever, en maatwerk voor werknemers die in het zicht van pensionering zijn.
De nieuwe kantonrechtersformule
In de nieuwe kantonrechtersformule zullen de dienstjaren tot 35 jaar tellen voor 0,5, van 35 tot 45 jaar voor één, van 45 tot 55 jaar voor 1,5 en vanaf 55 jaar voor twee maandsalarissen. De bedoeling is daarmee meer aansluiting te zoeken bij de verbeterde arbeidsmarktpositie van jongeren, maar met behoud van bescherming van de oudere werknemer.
Verder willen de kantonrechters meer aandacht geven aan bijzondere omstandigheden die nu soms onderbelicht blijven, zoals de arbeidsmarktpositie van werknemers en de financiële positie van de werkgever.
Een werknemer die door zijn werkgever in staat is gesteld door cursussen zijn kennis bij te houden en uit te breiden, heeft een steviger positie op de arbeidsmarkt en heeft volgens de kantonrechters minder financiële bescherming nodig dan andere collega's. En werknemers die werkzaam zijn in een branche met een groot gebrek aan personeel, heeft volgens de rechters minder bescherming nodig dan een werknemer in een sector waarin veel werkloosheid heerst. Ook willen de rechters meer rekening houden met de financiële positie van de werkgever als die met jaarstukken en onderbouwde prognoses kan aantonen dat een vergoeding voor hem onbetaalbaar is.
De derde verandering betreft de werknemer, voor wie het pensioen al in zicht komt. In de huidige aanbeveling staat, dat de vergoeding niet hoger zal zijn dan de verwachte inkomstenderving tot de pensioengerechtigde leeftijd. Die aanbeveling is moeilijk werkbaar geworden, omdat het begrip pensioengerechtigde leeftijd niet meer als voorheen samenvalt met 65 jaar. Bij de bepaling van de vergoeding zal voor deze werknemers rekening worden gehouden met de leeftijd waarop zij naar verwachting met pensioen zouden zijn gegaan als de ontbinding er niet tussendoor was gekomen.
Ten slotte is voor arbeidsovereenkomsten die binnen 2 jaar worden ontbonden een afzonderlijke regeling opgenomen. In geval van een overeenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijdse opzegmogelijkheid is de vergoeding in beginsel gelijk aan het salaris over de resterende tijd. In alle andere gevallen wordt de vergoeding op de normale wijze berekend.
De Kring van Kantonrechters ziet in het te verwachten wetsvoorstel van Minister Donner over de maximering van de ontbindingvergoeding voor de hoogste salarisgroep (€ 75.000 en hoger) geen reden de actualisering van haar formule op te schorten. De uitkomst van de parlementaire behandeling is nog niet bekend. Op het moment dat het wetsvoorstel wet wordt, gaat voor die salarisgroep het wettelijk maximum gelden.
De kantonrechters willen vanaf 1 januari 2009 met de aangepaste richtlijnen gaan werken.
Volgens de huidige formule wordt de vergoeding berekend door het aantal dienstjaren te vermenigvuldigen met het bruto maandsalaris en met een factor waarin de verwijtbaarheid van de partijen wordt uitgedrukt. Daarbij tellen de dienstjaren tot de leeftijd van 40 jaar voor één maandsalaris, van 40 tot 50 jaar voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor twee.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Twee voorbeelden. Een werknemer van 34 jaar met 15 dienstjaren wordt ontslagen wegens een reorganisatie. Hij verdient € 2.500 bruto per maand incl. vakantiegeld. Op grond van de huidige formule zou hij in aanmerking komen voor een vergoeding van 15 (dienstjaren onder de 40) x 1 = 15 x € 2.500 x 1 = € 37.500. Onder de aangepaste formule kan hij slechts aanspraak maken op 15 x 0,5 (dienstjaren onder de 35) = 7,5 x € 2.500 x 1 = € 18.750. De vergoeding is gehalveerd.
Een werknemer van 56 met 20 dienstjaren wordt ontslagen omdat het niet klikt met de nieuwe leidinggevende. Hij verdient € 3.800 bruto per maand incl. vakantiegeld. Volgens de huidige formule kan hij aanspraak maken op 6 x 2 + 10 x 1,5 + 4 x 1 = 31 maal € 3.800 = € 117.800. Op grond van de nieuwe kantonrechtersformule zou hij in aanmerking komen voor een vergoeding van 2 (dienstjaren boven de 55) x 2 + 10 x 1,5 (dienstjaren tussen 45 en 55) + 8 x 1 (dienstjaren tussen 35 en 45 jaar) = 27 x € 3.800 x 1 = € 102.600. De vergoeding is ongeveer € 15.000 gedaald.