-
Advocatuur
-
Ambtenarenrecht algemeen
-
Arbeidsinspectie
-
Arbeidsomstandigheden
-
Arbeidsongeschiktheid
-
Arbeidsovereenkomsten
-
Arbeidsrecht algemeen
-
Arbeidstijdenwet
-
Bedrijfseconomisch ontslag
-
Buitenlandse werknemers
-
CAO’s
-
Columns
-
Concurrentiebeding
-
Disfunctioneren
-
Faillissement
-
Gelijke behandeling
-
Het Nieuwe Werken
-
In de Media
-
Internationaal arbeidsrecht
-
Juridisch Algemeen
-
Kantonrechtersformule
-
Kennelijk onredelijk ontslag
-
Leaseauto
-
Loon
-
Loonvorderingen
-
Maatschappelijke betrokkenheid
-
Medezeggenschapsrecht
-
Mediation in arbeidsrecht
-
Meer of minder werken
-
Onkostenvergoeding
-
Ontbindingsprocedure
-
Ontslag
-
Ontslag met wederzijds goedvinden
-
Ontslag op staande voet
-
Ontslag statutair directeur
-
Ontslag tijdens ziekte
-
Ontslagvergoeding
-
Opinie
-
Oproepkrachten
-
Opzegtermijnen
-
OR vraagstukken
-
Over ons kantoor
-
Overgang van onderneming
-
Pensioen
-
Rechtspraak
-
Relatiebeding
-
Reorganisatie
-
Schorsing / Non actiefstelling
-
Second Opinion
-
Social media
-
Staken
-
Studiekosten
-
Tijdelijke arbeidsovereenkomsten
-
Uitzendovereenkomst
-
UWV Werkbedrijf
-
Vakantie en verlof
-
Vakantiewerk
-
Vaststellingsovereenkomst
-
Verlofregelingen
-
verplichtingen van de werkgever
-
verplichtingen van de werknemer
-
Verstoorde arbeidsrelatie
-
Vrijheid van meningsuiting
-
Video's
-
Wedertewerkstelling
-
Werkkostenregeling
-
Wetsvoorstellen
-
Wijzigen arbeidsvoorwaarden
-
WW
-
Ziekte en reintegratie
-
Zwangerschap
-
Zzp'er
Europees Hof oordeelt over ontslag beledigende vakbondsleden
- Details
- Aangemaakt op dinsdag, 27 september 2011 11:42
Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt ontslag van vakbondsleden die op grove wijze medewerkers hebben beledigd via vaktijdschriften en cartoons, niet in strijd met artikel 10 en 11 EVRM.
Het recht op vrijheid van meningsuiting is een grondrecht dat niet alleen in onze grondwet, maar ook in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens is verwoord. Het is dan ook interessant ook de Europese rechtspraak op dit vlak bij te houden, omdat deze een rol kan spelen in Nederlandse arbeidsrechtelijke geschillen. Het recht op vrijheid van meningsuiting geldt uiteraard voor leden van vakbonden, die kritiek mogen uiten wanneer zij dat nodig achten. Maar hoever mogen vakbondsleden daarin gaan? Mogen men daarbij iemand ook beschadigen? Op 12 september 2011 sprak het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een arrest uit in de zaak Palomo Sanches et al. versus Spanje, dat antwoord geeft op deze vraag.
In de kwestie gaat het om een aantal koeriers van een bedrijf, Panrico, in Barcelona die al jaren bezig waren voor hun sociale zekerheidsbescherming. Ze hadden om die reden een vakorganisatie opgezet, genaamd Nueva Alternativa Asamblearia (NAA) en een aantal rechtszaken tegen hun werkgever aangespannen. Naar aanleiding van een rechtszaak, waarin twee koeriers van de onderneming een getuigenis hadden afgelegd in het voordeel van de werkgever, publiceerde de vakorganisatie op de cover van een informatiebulletin een cartoon die seksueel getint is en een kruiperige houding van sommige werknemers suggereert. In twee artikelen wordt in zeer denigrerende bewoordingen kritiek geuit op de directie en de twee werknemers die de voor Panrico gunstige getuigenis hebben afgelegd. De titel van het tweede artikel luidde: "when you've rented out your arse, you can't shit when you please".
De werkgever accepteerde dit niet en ontsloeg de werknemers die het bulletin hadden verspreid op staande voet. De werknemers vochten hun ontslag aan. Zij vonden dat ze ten onrechte waren ontslagen, omdat ze lid waren van een vakbond en dat het ontslag een inbreuk was op hun vrijheid van vereniging (artikel 11 EVRM) en het recht op vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM).
De hoogste Spaanse rechter oordeelde dat het ontslag van de werknemers rechtsgeldig was en dat de vakbonds- en expressievrijheid geen bescherming biedt bij dergelijke kwetsende, beledigende en aanstootgevende publicaties. Hierop hebben de werknemers uiteindelijk een klacht wegens schending van artikel 10 en 11 voorgelegd aan de grote kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
Het Hof oordeelde dat een vakbond de mogelijkheid moet hebben om zijn ideeën, gedachten en wensen te uiten. Vakbondsvertegenwoordigers mogen er niet van weerhouden worden om de belangen van hun leden te verdedigen en tot uitdrukking te brengen. Het Hof oordeelde echter ook dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen kritiek uiten en beledigen. Volgens het Hof had de Spaanse rechter terecht vastgesteld dat de betreffende uitingen beledigend waren. Vervolgens diende het Hof te oordelen of de sanctie – het ontslag op staande voet- proportioneel was. Dit is het geval volgens het Hof. Van belang daarbij is dat in een professionele omgeving de grenzen van 'vrijheid van meningsuiting' (soms) eerder zijn bereikt, dan wanneer daarvan geen sprake is. Dat komt omdat de arbeidsverhouding mede wordt beheerst door het goed werkgever- en goed werknemerschap, dat met zich meebrengt dat van werknemers een zekere discretie kan en mag worden verwacht. Het Hof oordeelt dan ook dat er geen sprake is van een schending van artikel 10 en 11 EVRM.
Artikel 10 - Vrijheid van meningsuiting
Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, en bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk (proportioneel en subsidiair) zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.
Artikel 11 - Vrijheid van vergadering en vereniging
Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vergadering en op vrijheid van vereniging, met inbegrip van het recht met anderen vakverenigingen op te richten en zich bij vakverenigingen aan te sluiten voor de bescherming van zijn belangen. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Dit artikel verbiedt niet dat rechtmatige beperkingen worden gesteld aan de uitoefening van deze rechten door leden van de krijgsmacht, van de politie of van het ambtelijk apparaat van de Staat.